Ajinomoto levert bijdrage aan voetafdruk diervoeders – Europese aminozuren

Met Franse suikerbieten en granen als basisgrondstof voor de fermentatie produceert Ajinomoto in Europa aminozuren. Deze aminozuren kunnen volgens Etienne Corrent een belangrijke bijdrage leveren aan de eiwitvoorziening in Europese diervoeding. “Bovendien dragen industriële aminozuren bij aan het verlagen van de CO2-voetafdruk van voer en eindproduct.”

De Molenaar, Januari 2021

In het Franse Amiens staat de fabriek waar het Japanse Ajinomoto Europese aminozuren produceert. “Midden in het hart van de Franse suikerbieten- en graanteelt, leveranciers van de belangrijkste grondstoffen voor ons fermentatieproces”, vertelt Etienne Corrent, zakelijk directeur Ajinomoto Animal Nutrition Europe.

De fabriek werd er in 1976 opgericht, destijds onder de naam Eurolysine. Die naam verwijst naar het eerste aminozuur dat industrieel in Europa geproduceerd werd: L-lysine, één van de essentiële Ajinomoto levert bijdrage aan voetafdruk diervoeders aminozuren voor mens en dier. Inmiddels zijn de activiteiten volledig onderdeel vanhet Japanse Ajinomoto en is de productie niet meer beperkt tot lysine.

Op basis van hetzelfde fermentatieproces en unieke in Japan ontwikkelde microorganismen, levert de fabriek in Amiens tegenwoordig ook tryptofaan, valine, leucine en isoleucine. “De manier waarop we onze aminozuren produceren is ons intelligent eigendom en als zodanig ook beschermd”, vertelt Corrent. In de Benelux en Denemarken wordt Ajinomoto vertegenwoordigd door Orffa.

Ajinomoto Animal Nutrition Europe levert vanuit de productielocatie in Amiens een gevarieerd aanbod aminozuren.

Eiwitvoorziening

Europa is niet zelfvoorzienend in de eiwitbehoefte van mens en dier. Dat betekent dat het werelddeel afhankelijk is van eiwitimporten en daarmee een zekere kwetsbaarheid heeft om te voorzien in de behoefte. “De coronacrisis heeft laten zien hoe belangrijk het is dat je grondstofaanvoer ten behoeve van de voedselketen kunt veilig stellen.”

Daarnaast neemt de maatschappelijke druk toe als het gaat om de grootschalige eiwitimport. Berekeningen laten zien dat grootschalige teelt van eiwitrijke grondstoffen in Europa op korte en middellange termijn nog geen antwoord biedt op de roep uit de samenleving om de import volledig op te vangen. “Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwit. Het zijn bouwstenen die we in een fabriek kunnen maken met behulp van regionale grondstoffen. Wij zijn ervan overtuigd dat Europese aminozuurproductie op die basis een belangrijke bijdrage kan leveren aan duurzame productie én regionale voedselzekerheid.”

Compleet

Voordeel van het gebruik van een complete eiwitrijke grondstof zoals sojaschroot is dat met een grondstof wordt voorzien in de eiwit- en aminozuurbehoefte in de voersamenstelling. Nadeel is dat met zo’n grondstof veel eiwit en aminozuren boven de behoefte van het dier levert. Met een complete grondstof kan niet op aminozuurniveau worden gestuurd richting de behoefte van het doeldier. “Dat kan wel met industriële aminozuren.” Onderzoek toont volgens Corrent aan dat het toevoegen van specifieke aminozuren bovendien resulteert in betere voerbenutting en diergezondheid. “Bijkomend voordeel is dat de levenscyclusanalyse van het eindvoer gunstiger is en bijdraagt aan de duurzaamheid in de productieketen.”

Essentieel

Bij de productie richt Ajinimoto zich met name op de essentiële aminozuren. “In principe kunnen we via ons productieproces alle aminozuren maken. Methionine dat langs chemische weg goedkoop geproduceerd, maken we niet. We richten ons op die aminozuren waarmee we via fermentatie een meerwaarde kunnen bieden voor mens, dier en milieu.”

Op dat laatste aspect legt de producent ook steeds meer de nadruk. “Als je kijkt naar de wereldvoedselconsumptie, dan neemt vleesconsumptie nog altijd toe. Maar met name Europese consumenten vinden wel dat de productie daarvan anders moet, met minder impact op ontbossing en klimaatverandering. Onze aminozuren mogen dan aan het begin van de productieketen zitten, door hiervoor te kiezen, heeft een producent impact op het eind van de keten, op het bord van de consument en het milieu. Die toegevoegde waarde, daarop is onze strategie gericht.”

Stroomversnelling

Dat heeft er ook toe geleid dat de productie van verschillende essentiële aminozuren bij Ajinomoto in een stroomversnelling is geraakt, legt Corrent uit. “De productie van lysine die in de jaren 70 op gang kwam, was toen al gericht op vervanging van een deel van de soja in de voersamenstelling. Inmiddels weten we door het vele onderzoek van de afgelopen decennia dat we ook met andere aminozuren een extra verschil kunnen maken.” Om die reden werd na lysine de productie van threonine, tryptofaan, valine
en leucine opgepakt, essentiële aminozuren die in de varkenshouderij bijdragen aan algehele diergezondheid, verminderen van diarree en het reduceren van de stikstofuitstoot. Andere aminozuren volgden en verfijnden telkens de voordelen voor dier en milieu.

De afgelopen jaren is onder de maatschappelijke druk vooral gekeken naar het verlagen van de eiwitgehaltes in voer. Die blijken wel omlaag te kunnen op voorwaarde dat geen concessies worden gedaan in de aminozuurbehoefte van de dieren. “Verlaging van het eiwitgehalte levert een positieve bijdrage aan het beperken van klimaatverandering, verzuring en eutrofiering. Er zijn weinig maatregelen die op al deze drie aspecten zo’n impact hebben en dus de CO2-voetafdruk gunstig beïnvloeden”, aldus directeur duurzaamheid Nicolas Martin.

Gezondheid

“De voeraanpassing mag daarbij natuurlijk niet ten koste gaan van de functionaliteit en diergezondheid. Uitdaging daarbij is het vinden van een balans tussen de impact op het klimaat en de gevolgen voor het dier”, benadrukt Martin. Hoeveel speelruimte een voer biedt in de verlaging van het gehalte ruw eiwit, hangt sterk af van de basisgrondstoffen. “Het maakt een enorm verschil of wordt geformuleerd op basis van mais of tarwe”, licht Corrent toe. Die variatie zette Ajinomoto ertoe aan versneld andere
aminozuren op de markt te brengen dan het reeds bekende assortiment . “Om in te spelen op de veranderende klantwensen en voersamenstellingen, is een uitgebreider assortiment aminozuren nodig. Waar we voorheen elke tien jaar een nieuw product ontwikkelden, zitten we nu in een stroomversnelling.” In de zomer van 2021 wordt de productie in Amiens uitgebreid met arginine, een belangrijk aminozuur in de voersamenstelling van met name vleeskuikens.

Analyse

Ajinomoto houdt bij de ontwikkeling van eigen producten voortdurend vinger aan de pols bij de klanten. “We nemen regelmatig voermonsters en analyseren die op eiwitgehalte en aminozuursamenstelling. Die analyses bevestigen dat het eiwitgehalte in voeders de laatste jaren afneemt, terwijl de gehaltes specifieke aminozuren variëren.”

Verlagen van het ruw eiwitgehalte is volgens Corrent goed mogelijk bij varkens en pluimvee. “Bij vleeskuikens is het gehalte al ongeveer 1 procent verlaagd, maar meer is zeker mogelijk. Onderzoek met een reductie tot 2 procent toont aan dat dit kan zonder nadelige gevolgen voor de dieren, mits is voorzien in de aminozuurbehoefte middels industriële supplementen. Verdere verlaging heeft mogelijk negatieve effecten op de dieren.”

Die verschuiving maakt echter ook inzichtelijk dat eiwit niet simpelweg kan worden vervangen door een cocktail klassieke aminozuren. “We ontdekken meer en meer complexere functionaliteiten van aminozuren. Dan blijkt ook dat elk aminozuur op zich meerdere functies heeft voor het dier.”

Afname van het eiwitgehalte in vleeskuikenvoeders in de tijd op basis van analyses van Ajinomoto Animal Health Europe.

Gunstig

Door gebruik te maken van industriële aminozuren behoort een volledig sojavrij voer voor vleeskuikens en varkens zeker tot de mogelijkheden, stelt Martin. “Dat vraagt een pioniersmentaliteit van de veehouder. Alleen innovatieve ondernemers bewandelen momenteel dat pad. De meeste veehouders zullen zich voorlopig beperken tot het verlagen van het ruw eiwitgehalte, met name het reduceren van het gehalte sojameel. Maar ook dat heeft al een gunstig effect op de CO2-voetafdruk van het voer en het eindproduct. Het verlagen van het ruw eiwitgehalte in voer met 1 procent resulteert in een reductie van 100 kilo CO2 per ton pluimveevoer. Wetende dat de CO2-voetafdruk van pluimveevlees voor 80 procent wordt bepaald door voer, is die impact aanzienlijk.”

Afname van het ruw eiwitgehalte in voeders draagt bij aan de reductie van de CO2 voetafdruk van de voeders. (Bron: Le Cour Grandmaison et al. 12th International Conference on Life Cycle Assessment of Food, 13th – 16th October 2020)

Levenscyclus

Corrent en Martin zien dat de samenleving vraagt erom vraagt de impact van voedselproductie op de omgeving te verkleinen. “Denken vanuit de levenscyclus is de basis. Dat is ook van waaruit we bij Ajinomoto werken. Onze producten en het productieproces passen in de wensen en eisen die de samenleving stelt aan duurzame en verantwoorde voedselproductie.”

Regionale kringloop

Het fermentatieproces van Ajinomoto in Amiens kent eenvoudige basisprincipes. Bij de start van de fabriek in de jaren 70 was de industriële productie van aminozuren echter baanbrekend. “Hoewel eenvoudig in de basis, is ons proces voor de productie van aminozuren middels fermentatie nog altijd uniek in de kennis om op een juiste manier grondstoffen en micro-organismen in te zetten, zodat een hoogwaardig aminozuur wordt geproduceerd. Een van de bouwstenen van een gezond voedingspatroon”, vertelt Etienne Corrent, zakelijk directeur bij Ajinomoto Animal Nutrition Europe.

Naast de aminozuren levert het proces een aantal restproducten op, die eveneens een bestemming krijgen in de diervoederketen of als meststof worden gebruikt in de regio. Het afvalwater wordt na behandeling schoner terug geleverd aan de omgeving, dan het werd ingenomen.

© 2021 Orffa • DisclaimerPrivacy statementLogin